Fipronilextra

Op 20 april 2018 komt een onafhankelijke monsternemer (OMO) die onder toezicht van de NVWA monsters neemt van de mesthoop. Wij hebben de voorraad vervuilde mest gemengd met schone mest.


De mesthoop moet in de bouwhekken worden gezet en elke verbinding wordt verzegeld. Elk uniek nummer van elke zegel wordt gedocumenteerd. Dit alles volgens protocol.

Op 25 april word ik gebeld door de NVWA dat de uitslag van de mest conform is. Dat betekent dat er geen vervuiling met fipronil is aangetoond, dus de mest wordt niet langer bestempeld als chemisch afval.
Helaas mogen we niet zelf de zegels verbreken, daarvoor moet de OMO speciaal komen. Wegens een tekort aan personeel, in combinatie met de regel “maximaal één pluimveebedrijf per dag” moeten we geduld hebben. Het kan nog wel een paar weken duren voor onze mesthoop ontzegeld wordt.

Eindelijk is het zo ver. Op 14 mei komt de OMO om de mesthoop te ontzegelen. In feite stelt het niet zoveel voor. Van elk zegel wordt weer een foto gemaakt. Daarna wordt het zegel verbroken. De OMO gooit alle zegels in een emmertje en neemt dit mee als bewijsmateriaal. Ik moet nog een formulier ondertekenen om aan te geven dat alles conform protocol is ontzegeld en dat was het dan.


De hekken kunnen weer open, de mest kan weg als mest. Maar niet meer op ons eigen land, daarvoor is het nu te laat.

18 juli
Ik heb net de slingers opgehangen bij opa als Florian mij roept. “Mam, er staat iemand van KAT bij jouw stal. Ze komt eieren ophalen voor onderzoek”.
Meteen schiet ik in de stress. Ik ben helemaal niet in de stemming voor Russische roulette. Wat als er toch weer fipronil wordt aangetroffen boven MRL? Gaat het bedrijf dan weer op slot? Moeten we opnieuw eieren weggooien?

Ik doe snel mijn schoenen aan, pak de sleutels en loop naar mijn stal. Daar staat ze. Dezelfde mevrouw die al twee keer eerder eieren heeft opgehaald voor onderzoek. Deze keer wil ze zestig eieren. Dertig van gisteren, van de pallet. En niet gewoon één tray pakken, maar rondom lopen en overal een paar eieren vandaan pakken. Dan weten ze zeker dat het niet allemaal eieren uit hetzelfde nest zijn. De eieren van vandaag mag ik van de band halen.

Als ik met de twee trays eieren naar haar toe loop, vraag ik me af hoe lang zij nog onderweg is. De eieren zet ze ‘gewoon’ in de kofferbak van haar donkere BMW. Alleen tijdens het rijden is de airco aan. Hoe warm wordt het onderweg? Ze moet helemaal naar Hamburg, daar is het laboratorium waar de eieren worden onderzocht.

Ik probeer haar duidelijk te maken waar ik mij zorgen om maak. Dat de eieren onderweg afvallen omdat het warm wordt in de auto. Daar kijkt ze van op. Heeft ze nog nooit van gehoord. Afgelopen winter, toen ze tijdens de kou eieren moest ophalen, was dat volgens het laboratorium geen enkel probleem.

“Nee, dat begrijp ik. Maar als het warm wordt, verliest het ei vocht. Dan wordt het percentage fipronil in het ei hoger, want er verdwijnt alleen vocht en geen fipronil.”
“Dus het is in uw nadeel?” vraagt ze. Ze lijkt het te snappen. “U mag zelf contact opnemen met KAT om dat te melden”.

Dat is precies wat ik niet van plan ben. Ik ben afhankelijk van KAT, als ik moeilijk ga doen, weet ik niet welke gevolgen dat heeft.
Ze zegt me toe dat ze dit aankaart bij KAT en bij het laboratorium.
Als ze wegrijdt, blijf ik met een onbehaaglijk gevoel achter.

© 2022 - Alle rechten voorbehouden - Gerda Briene

Website laten maken? SiteToGo.nl